Sla over naar de inhoud

In gebreke

Soms kan ik er niet van slapen. Het tikken van de klok is hard, luid, meedogenloos. Definitief. Het is alsof al het lucht uit mijn longen wordt geperst.  Kunnen: in gebreke. Zijn: in gebreke. Willen: in gebreke. 1983: in gebreke.

Maar zij doen het wel. Allemaal, stuk voor stuk. Sneller, beter, eerder.

Ik wil ook. Ik wil meedoen. Gejaagdheid vliegt door mijn spieren, door mijn botten, mijn aderen, gonst na in mijn brein. Alsof de wind om mijn oren suist, zo luid. Weggestopt in een glazen bol, alleen, terwijl jonge gezichten glimlachend hun entree maken. Ik sla, beuk, ram op het glas, maar alleen een dof geluid klinkt. Ze horen me niet. Ze lachen, hoofden achterin de nek, blinkend witte tanden.

Ze zien me niet. Ik laat me op de grond zakken. De harde grond. Misschien ken ik het spel niet. Misschien kan ik het niet, zelfs al zou ik het kennen. Misschien ben ik niet een van hen, en zal ik dat nooit worden. Misschien hoor ik er niet bij, en is elke slag van de klok het bewijs.

Misschien sterf ik wel, hier, in mijn glazen bol, het tikken langzaam maar gestaag de lucht uit mijn longen slaand. Oud, smekend, dobberend in mijn eigen tranen, een nagel die zachtjes over het glas schraapt.

Stervend. Alleen maar omdat ik niet kon zijn, wat ik ben.

In gebreke.

Gepubliceerd inBlog

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *